België, Brugge – Tinnen armenpenning van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, broodbedeling, 1758 – wijknummer 8
Tinnen armen- of broodpenning uit 1758, uitgegeven door de disch of armentafel van de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Brugge. De penning werd gebruikt bij de kerkelijke broodbedeling aan behoeftige inwoners van de parochie. Bijzonder aan dit exemplaar is het grote, naderhand ingeslagen cijfer 8 op beide zijden, dat in de gespecialiseerde literatuur wordt aangeduid als een wijk- of sectienummer. De penning behoort tot een gedocumenteerde reeks Brugse dispenningen waarvan verschillende genummerde uitvoeringen bekend zijn.
Voorzijde:
Centraal de gekroonde Heilige Maagd Maria, staande op een naar boven gebogen maansikkel. In haar rechterhand houdt zij een scepter, terwijl zij op haar linkerarm het Christuskind draagt. Boven het hoofd van het Kind zijn stralen weergegeven.
De voorstelling wordt omsloten door een brede, geprofileerde cirkelrand.
Links van de voorstelling een groot, verdiept ingeslagen cijfer 8, dat na de vervaardiging van de oorspronkelijke penning werd aangebracht.
Keerzijde:
Binnen een verhoogde cirkelrand het vierregelige opschrift:
DIES
V.O.L.
V.
1758
Het opschrift verwijst naar de disch of armentafel van Onze-Lieve-Vrouw, de kerkelijke instelling die verantwoordelijk was voor de ondersteuning van behoeftige parochianen.
Rechts van het opschrift een groot, verdiept ingeslagen cijfer 8, overeenkomend met de instempeling op de voorzijde.
Specificaties:
| Materiaal: tin | Jaar: 1758 |
| Herkomst: Brugge, Onze-Lieve-Vrouwekerk | Uitgevende instelling: disch of armentafel van Onze-Lieve-Vrouw |
| Vervaardigingstechniek: gegoten | Bijzonderheid: dubbele instempeling van wijk- of sectienummer 8 |
| Functie: broodpenning voor kerkelijke armenzorg |
Literatuur:
De Schodt 81, pp. 79–80; Minard-Van Hoorebeke 171, p. 136; V. Wyckaert, ‘Brugse presentatie-, kerk- en armenloodjes’, Europees Genootschap voor Munt- en Penningkunde, vol. XVI (1966), nr. 5, pp. 100–103.
Historische context
De Brugse parochiale armentafels beheerden schenkingen en inkomsten voor de ondersteuning van behoeftige inwoners. Armenmeesters regelden de verdeling van levensmiddelen, brandstoffen, kleding en geld. Penningen dienden daarbij als herkenbaar bewijs van aanspraak op een bepaalde verstrekking. Volgens Wyckaerts studie werden ze gewoonlijk op zondag na de hoogmis uitgedeeld en kon de voedselbedeling vanaf maandag plaatsvinden. Deze penning hoorde bij de broodbedeling van de Onze-Lieve-Vrouwekerk en was geen algemeen betaalmiddel.
Het cijfer 8 werd na het gieten afzonderlijk aan beide zijden ingeslagen. In gespecialiseerde overzichten wordt deze uitvoering aangeduid als een dispenning voor wijk of sectie 8. Van hetzelfde type zijn ook exemplaren met de cijfers 2, 4, 6 en 7 gedocumenteerd, wat op een administratieve onderverdeling wijst. De precieze datum van de bijstempeling is niet vastgesteld. Het STAM te Gent bewaart zowel een ongenummerd exemplaar als een uitvoering met het cijfer 2, terwijl de variant met 8 eveneens afzonderlijk in een gespecialiseerd overzicht is opgenomen.


