Nederland, Amsterdam – Zilveren penning op het vijftigjarig bestaan van het Stedelijk Werkhuis, 1832

€ 175,00

Op voorraad

Zilveren herdenkingspenning uit 1832, vervaardigd ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van het Stedelijk Werkhuis te Amsterdam. De instelling werd in 1782 geopend aan de toenmalige rand van de stad en vervulde een belangrijke functie binnen de Amsterdamse armenzorg, werkverschaffing en bestrijding van bedelarij. De penning werd geslagen bij ’s Rijks Munt te Utrecht en vermeldt op de keerzijde de namen van de vijf regenten die in het jubileumjaar verantwoordelijk waren voor het bestuur. Volgens de numismatische literatuur werden slechts 100 exemplaren in zilver en brons vervaardigd.

Voorzijde:

Centraal het achtregelige opschrift:

TER HERINNERING
AAN HET
VYFTIG JARIG
BESTAAN VAN
HET WERKHUIS
DER STAD AMSTERDAM
NOVEMBER
MDCCCXXXII

Het opschrift wordt omsloten door een krans van vijftig vijfpuntige sterren, verwijzend naar de vijftig jaren die sinds de opening van het Werkhuis waren verstreken.

Langs de buitenzijde een geprofileerde cirkelrand.

Keerzijde:

Centraal het opschrift met de namen van de vijf regenten van het Werkhuis:

REGENTEN
F. VAN DER BREGGEN CZ.
J. FRASER
Mr. P. ELIAS PZ.
Mr. W. C. ‘T HOEN
Mr. F. DE WILDT

Het opschrift wordt omsloten door twee gebogen eikentakken, waarvan de uiteinden elkaar aan de bovenzijde bijna raken. Aan de onderzijde zijn de takken samengebonden met een sierlijk lint.

De eikenkrans symboliseert standvastigheid, duurzaamheid en de continuïteit van de instelling.

Specificaties:

Materiaal: zilver Diameter: 43,00 mm
Gewicht: 27,80 g Jaar: 1832
Vervaardiger: ’s Rijks Munt, Utrecht Vervaardigingstechniek: geslagen
Oplage: volgens de numismatische literatuur 100 exemplaren in zilver en brons gezamenlijk  

Literatuur:

Dirks 460; Catalogus van de penningverzameling van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap, p. 37.

Historische context

Het Amsterdamse Stedelijk Werkhuis werd in 1782 geopend om armen op te vangen en bedelarij door tewerkstelling te bestrijden. Het oude gebouw was ernstig overbevolkt, met volgens een rapport uit 1778 soms drie of vier bewoners per slaapplaats. Stadsarchitect Abraham van der Hart ontwierp daarom een groot nieuw complex met afzonderlijke afdelingen en vier binnenplaatsen. De inrichting bood aanvankelijk ruimte aan ongeveer 800 bewoners. Vrijwillig opgenomen armen en verplicht tewerkgestelde personen verrichtten er onder streng toezicht onder meer spin-, weef- en touwwerk.

Bij het vijftigjarig bestaan in 1832 sloeg ’s Rijks Munt een penning met vijftig sterren en de namen van de toenmalige regenten. Volgens de aangehaalde numismatische literatuur bedroeg de gezamenlijke oplage in zilver en brons slechts 100 exemplaren; de verdeling per metaal is niet vastgesteld. Een bronzen exemplaar behoort tot de collectie van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap, in bruikleen bij het Rijksmuseum. De instelling richtte zich later steeds meer op de verzorging van behoeftige ouderen en kreeg in 1875 de naam Armenhuis. Het bewaard gebleven gebouw staat tegenwoordig bekend als het Dr. Sarphatihuis en vormt een tastbare verbinding met deze geschiedenis van de Amsterdamse armenzorg.