Nederland, Groningen – Zilveren penning op het vijftigjarig bestaan van het Instituut voor Doofstommen, 1840 – David van der Kellen
Zilveren herdenkingspenning uit 1840, vervaardigd ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van het door Henri Daniël Guyot (1753–1828) opgerichte Instituut voor Doofstommen te Groningen. De penning werd ontworpen door de Utrechtse medailleur David van der Kellen (1804–1879) en bestaat eveneens in een bronzen uitvoering.
Voorzijde:
Borstbeeld van Henri Daniël Guyot naar links, gekleed in een toga met brede kraag. Langs de bovenzijde het omschrift HIJ PLANTTE – NEERLAND KWEEKTE, langs de onderzijde HENRI DANIEL GUYOT. In de schouderafsnede de signatuur V.D.K.F.
Keerzijde:
Centraal het opschrift VIJFTIGJARIG / BESTAAN VAN HET / INSTITUUT / VOOR DOOFSTOMMEN / TE GRONINGEN, waaronder een sierlijn en het jaartal 1840. Daarboven, in een gebogen regel, GOD GAF DEN WASDOM.
Het geheel wordt omsloten door een eikentak links en een klimoprank rechts, aan de onderzijde samengebonden met een lint. Bovenaan straalt een hemels licht over de voorstelling.
Specificaties:
| Materiaal: zilver | Diameter: 41,60 mm |
| Gewicht: 19,30 g | Jaar: 1840 |
| Medailleur: David van der Kellen (1804–1879) | Vervaardigingsplaats: Utrecht |
| Uitvoering: geslagen penning |
Literatuur:
Dirks 563; Hofstee 19; Forrer III, p. 134.
Historische context
Het Instituut voor Doofstommen te Groningen werd op 14 april 1790 opgericht als eerste Nederlandse onderwijsinstituut voor dove kinderen. Initiatiefnemer Henri Daniël Guyot had in Parijs kennisgemaakt met het gebarenonderwijs van Charles-Michel de l’Épée. Na zijn terugkeer begon hij zelf dove leerlingen les te geven. Met steun van Groningse bestuurders groeide zijn initiatief uit tot een landelijk ondersteunde instelling. Naast lezen, schrijven en communicatieonderwijs kregen de leerlingen een ambachtelijke opleiding.
Het vijftigjarig bestaan werd op 22 juli 1840 herdacht met een redevoering van bestuursvoorzitter Hendrikus Octavius Feith. Een bespreking in De Gids uit 1842 vermeldt uitdrukkelijk dat de gedenkpenning voor deze jubileumdag was geslagen. De spreuk ‘Hij plantte, Neêrland kweekte, God gaf den wasdom’ vormde tevens het uitgangspunt van Feiths rede. Zij verbindt Guyots initiatief met de brede Nederlandse steun en de godsdienstige overtuiging dat de instelling onder Gods zegen was gegroeid. De samengebonden takken en het hemelse licht verbeelden deze gedachte, terwijl zilveren exemplaren van het type onder meer in het Rijksmuseum worden bewaard.


