Nederland, Den Haag – Zilveren penning van de Standard Amerikaansche Petroleum Compagnie (Esso), gebouw Petrolea, 1949 – J.P. van Zegveld
Zilveren penning uit 1949 van de Standard Amerikaansche Petroleum Compagnie N.V., de Nederlandse onderneming achter het merk Esso. De penning werd ontworpen door de Nederlandse medailleur J.P. van Zegveld en toont het monumentale hoofdkantoor Petrolea te ‘s-Gravenhage, tegenwoordig bekend als de Rode Olifant. Het type werd gebruikt als bedrijfs- en beloningspenning, waarbij de keerzijde ruimte bood voor een persoonlijke inscriptie. Naast zilveren exemplaren zijn ook uitvoeringen in cupronikkel gedocumenteerd.
Voorzijde:
Perspectivische voorstelling van het hoofdkantoor van de Standard Amerikaansche Petroleum Compagnie in Den Haag. Het monumentale gebouw wordt gekenmerkt door een hoge, rijk geornamenteerde middentoren en lange gevels met meerdere verdiepingen. De architectonische details, waaronder de vensterpartijen, daklijnen en centrale ingangspartij, zijn nauwkeurig in reliëf weergegeven.
Langs de bovenzijde het omschrift STANDARD • AMERIKAANSCHE • PETROLEUM • CIE • N.V.
In de afsnede, binnen een ovaal medaillon, het bedrijfsmerk ESSO. Rechts naast het gebouw het monogram van de medailleur.
Keerzijde:
Een groot, onbeschreven middenveld, bestemd voor het aanbrengen van een persoonlijke inscriptie. Langs de buitenrand een doorlopende sierlijke ornamentband van gestileerde bladmotieven, voluten en bloemvormige versieringen.
Specificaties:
| Materiaal: zilver | Diameter: 60,00 mm |
| Dikte: 2,60 mm | Gewicht: 75,16 g |
| Jaar: 1949 | Medailleur: J.P. van Zegveld |
| Opdrachtgever: Standard Amerikaansche Petroleum Compagnie N.V. | Uitvoering: zilveren penning met onbeschreven keerzijde |
Literatuur:
KB 1820.
Historische context
Het Haagse hoofdkantoor Petrolea werd tussen 1921 en 1924 gebouwd naar ontwerp van de architecten De Roos en Overeijnder. Zij verwerkten daarin onderdelen van hun niet uitgevoerde ontwerp voor het Rotterdamse stadhuis. Het expressionistische bakstenen gebouw kreeg een toren van 56 meter en rijk uitgewerkte decoraties. De monumentale uitstraling moest de economische betekenis van de petroleumonderneming onderstrepen. Het gebouw bleef tot 1987 bij Esso in gebruik en is als rijksmonument bekend gebleven onder de naam Rode Olifant.
De ontwerpdatum 1949 valt samen met het vijfentwintigjarig bestaan van Petrolea. Het oude bedrijfsopschrift en het Esso-embleem weerspiegelen de overgang naar de internationaal herkenbare merknaam, afgeleid van de Engelse uitspraak van de letters S.O. De open keerzijde maakte gebruik voor verschillende beloningen en jubilea mogelijk. Zo is een zilveren exemplaar met een prijsinscriptie uit 1953 bekend en werd een uitvoering in cupronikkel in 1951 aan Breunis Klaare aangeboden voor zijn zestigjarig jubileum. Het aangeboden exemplaar bleef onbeschreven; de precieze oorspronkelijke bestemming ervan is niet gedocumenteerd.


